Welk lied haalt jouw vuur naar boven? 

Heb jij wel eens vuur gemaakt?

Echt vuur met schors, dunne takjes, eventueel dennenappels, droog gras, kleine en grote takken uit het bos (of de bosjes) en lucifers?

Eerst moet je het hout zo neerleggen dat het een vuur kan worden. Een ondergrond van dikkere takken. Dan licht ontvlambaar spul: bladeren, droog mos, schors. Met dunne takjes een Pyramide er boven bouwen. De lucht moet er goed doorheen kunnen stromen, dus belangrijk om te kijken hoe je die Pyramide bouwt.

En dan is het zo ver… Het maken van het vuur.

Ik weet nog dat ik mijn eerste vuur ging maken. Ik was met mijn vriend op vakantie in Duitsland. Het was herfst en we hadden een openhaard in het huisje. Op dat moment volgde ik een jaaropleiding: Wilde Wijsheid. En die maand hadden we het thema vuur. Een opdracht daarin: maak vuur. Omdat het in oktober best nog wel eens slecht weer kan zijn, had ik mijn voorbereidingen getroffen. Houtblokken mee, een krantje, 1 doosje lucifers en dunne takjes zouden we wel in het bos waar we in stonden kunnen vinden. Helaas regende het de héle week verschrikkelijk! Dus droge takjes vinden was nog best een uitdaging. We kozen de zo droog mogelijke takjes uit en die droogden we op de centrale verwarming.

Mijn vriend maakte de eerste avond vuur. Dat deed hij met gemak, het vuur was zo aan. De tweede avond ook en de derde avond was ik er klaar voor. Door Wilde Wijsheid was ik erachter gekomen dat ik op dat moment in mijn leven weinig met vuur had. Ik was wat moe, ongeïnspireerd en uitgeblust. Daarom vond ik het ook wel spannend om vuur te maken. De leidster van Wilde Wijsheid had al verteld dat je relatie met vuur duidelijk naar boven zou komen bij het maken van vuur. Voel je het vuur duidelijk in je branden? Dan kost het waarschijnlijk weinig moeite. Ok, misschien heb je er meerdere lucifers voor nodig, maar met geduld, concentratie en daadkracht zou het vuur snel ontbranden. Heb je niet veel met vuur? Hou je je klein, ben je in jezelf gekeerd en ga je niet echt over tot actie? Dan zou het wellicht wat meer moeite kosten.

De haard zag er schoon uit. Ik zat op de grond voor de haard en bouwde de Pyramide voor het vuur  en voelde vertrouwen. Vuur maken: spannend… maar hoe moeilijk kon het nou eigenlijk zijn als er op je luciferstokje gewoon vuur zat waarmee je de boel in de fik zou zetten? Mijn vriend had het al 2 keer moeiteloos gedaan. Misschien duurde het 2 luciferhoutjes langer, maar dat zou goedkomen. Diep van binnen was ik toch een vurige, gepassioneerde vrouw?
Ik zat daar op de witte, smoezelige tegelgrond met het luciferdoosje. De eerste lucifer vatte vlam. Ik brandde het aan een takje en probeerde de Pyramide er mee aan te steken. De vlam doofde. Nog eens proberen! Takje, vuur, Pyramide, vlam doofde. Mmm…. Nog een keer proberen! Kom op, je weet dat het misschien wel 4 of 5 lucifers kan duren. Na 10 lucifers nog geen vuur…. Mijn gedachten gingen zich er steeds meer mee bemoeien en werden steeds negatiever: ‘Kom op! Het moet nu toch wel eens gaan lukken. Je moét het nu kunnen. Want zo moeilijk is het nou ook weer niet, he?! We hebben ook maar 1 luciferdoosje mee en die lucifers beginnen toch aardig op te raken nu….’ Nog 5 lucifers aangestoken. Zelfde verhaal.Nu was ik niet alleen meer streng tegen mezelf maar begon ik me ook te irriteren over het feit dat ik geen vuur kon maken en werd ik ook steeds bozer op mezelf. Vuur maken wordt zo nog moeilijker, je bent helemaal niet in verbinding met het vuur in jezelf. Het vuur wat je laat oplaaien met geduld, zorg, en precies genoeg lucht.

Ik blies te hard, ik blies te zacht, ik probeerde met mentale krachten het vuur aan te steken. Maar niks werkte.
‘Gebruik gewoon de aansteker.’ Zei mijn vriend.
‘Nee!’ riep ik licht ontvlambaar. ‘Ik moet het toch zo maken, ik wil echt vuur maken!’

Boos smeet ik de lucifers op de grond, barste in tranen uit en vroeg mijn vriend om zijn hulp. Hij ging naast me op de tegels zitten en met zijn kalmte en woorden begeleide hij mij bij het maken van vuur. Het koste nog een paar lucifers, maar het lukte! Wat was het een prachtig vuur! Wat kon ik er van genieten. Wat was ik trots! Maar ook moe. Ik had het vuur in mijzelf opgespoord en gevonden en voelde me uitgeblust.
De volgende morgen veegde ik de resten van het vuur, het getransformeerde hout, de bloed, zweet en tranen die erin zaten op. Zodat we ’s avonds weer een vuur konden maken. Ik heb de hele vakantie geen vuur meer gemaakt.

Nu maak ik nog steeds vuur. Als ik zing, brandt er een vuur in mij en in degene met wie ik muziek maak. Een vuur van passie, daadkracht en transformatie.
Als ik zing voel ik het vuur branden van onder in mijn buik, de vlammen likken aan mijn hart en de rook komt uit mijn mond en er klinkt geluid. Gevoelens, herinneringen, gedachten komen naar boven en vinden hun weg naar boven in een lied. Soms voel ik liefde die ik zo deel. Een andere keer verwerk ik een ervaring die ik bij dat lied naar boven voel komen. En weer een andere keer werk ik aan een innerlijk stuk: onzekerheid, ontspanning, ontlading.

Als we samen zingen, of als jij zingt. Ontmoet je ze ook: passie, daadkracht, transformatie. Je vuur, je passie komt naar boven als je over je liefde voor zingen praat, dan ga je het doen. Je opent je mond en voorzichtig vorm je woorden, klanken, melodieën, je zingt. En dan de transformatie: van voorzichtig, proberend naar vertrouwen in je stem, vertrouwen in jezelf, naar jouw lied dat klinkt.
Welk lied haalt het vuur in jou naar boven?

Geplaatst in Uncategorized.